A
1
ALLE COMPETENTIEGROEPEN L5
2
(rood = competentiegroep, oranje = hoofdcompetentie, wit = competentie(doel))
3
communiceren
4
ik begrijp en ervaar een communicatieproces
5
- ik kan beleefd en respectvol communiceren op het internet
6
- ik leer dialogeren in de eigen en een vreemde taal via digitaal ‘telefoneren’ en chatten
7
- ik communiceer correct en beleefd in een tekst, per mail, op een forum,...
8
- wij leren online samenwerken en delen
9
- ik hanteer mediamiddelen om over een onderwerp te communiceren
10
ik kan mailen
11
- ik kan een mail (met bijlage) maken en versturen
12
- ik kan een mail openen, een mail opstellen en versturen, eventueel met een bijlage
13
- ik kan een mail versturen naar de leerkracht
14
- ik kan een mail opstellen en versturen aan een persoon of een groep
15
- ik kan een bijlage koppelen aan een mail en/of een ontvangen bijlage raadplegen
16
- ik kan een mail versturen naar iemand van een andere school
17
- ik kan naar instanties mailen bv de gemeente
18
- ik kan een mail opstellen en versturen aan één persoon of aan een groep
19
- ik weet hoe en waarom ik een mail in cc of bcc verstuur
20
- ik kan een mail opstellen en versturen
21
- ik ken het verschil tussen cc en bcc
22
ik zet een presentatie in als bron, middel of doel
23
- ik stel mezelf voor via een digitaal ‘profiel’
24
ik begeef me veilig op weg in de digitale wereld
25
- ik controleer een digitaal bericht voor ik het verzend
26
- ik begeef me veilig op weg in de digitale wereld
27
ik kan bestanden en mediacontent correct en verantwoord gebruiken
28
- ik kan online een enquête invullen
29
creatief vormgeven en presenteren
30
ik gebruik, ervaar en beleef audio- en videocontent
31
- ik bekijk beelden en informatie over een onderwerp
32
- ik ervaar leerinhouden concreet aan de hand van een presentaties, geluidsfragmenten, afbeeldingen, filmpjes,
33
- ik kies een liedje via youtube, speel het af en beluister
34
- ik maak een klank- of geluidsdecor
35
- ik bekijk en verwerf info uit videofragmenten en filmpjes
36
- ik kan via een aangeboden medium een instructiefilmpje bekijken
37
- ik kan (vlot) werken met een presentatieprogramma (tekst, beeld, geluid, invoegen; de volgorde en snelheid bepalen, enz)
38
- ik bekijk een werkstuk, een kunstwerk, een realisatie,...
39
- ik ontdek de wereld van de kunst en kunstenaars
40
- ik beluister een medium, ik maak poëzie, ik componeer een lied, ik speel een melodie, ik maak een rap,...
41
ik kan mediacontent ontwerpen en (creatief) verzorgen
42
- ik kan een tekst opmaken met een tekstverwerkingsprogramma
43
- ik kan een tekst opmaken via google documenten
44
- ik kan gebruik maken van de zoekfunctie (ctrl+f) om een woord terug te vinden in een tekst
45
- ik kan zelfstandig een powerpoint maken
46
- ik kan een digitale postkaart (ook in het Frans) maken en verzenden
47
- ik maak gebruik van een tekstverwerkingsprogramma
48
- ik kan een tekst lay-outen met beeld(en) en opmaak
49
- ik ontwerp via een digitale toepassing
50
- ik presenteer aan de hand van een eigen ontwerp
51
- ik kan een (digitale) affiche ontwerpen
52
- ik leer grafieken en tabellen ontwerpen via een programma
53
- ik kan creatief ontwerpen via een applicatie op internet (bijv. www.tagxedo.com)
54
- ik ontwerp m.b.v. eigen gegevens een grafiek
55
- ik kan een stopmotion filmpje maken
56
- ik ontwerp via digitale middelen muzische of technische werkjes
57
- ik kan een digitaal filmpje maken a.d.h.v. een reeks foto’s
58
- ik kan een digitaal filmpje creatief vormgeven
59
- ik verzorg teksten (en boodschappen) op een creatieve manier
60
- ik ontwerp een tekening, een schilderij, een foto, een filmpje, een affiche, een wenskaart, een prikbord, een magazine, een stripverhaal,...
61
- ik werk volgens een plan
62
ik zet een presentatie in als bron, middel of doel
63
- ik kies passende foto’s voor een presentatie en kan ze toevoegen aan een document
64
- ik stel mijn spreekbeurt voor met behulp van een presentatieprogramma
65
- ik maak een digitale presentatie (bijv. ter ondersteuning van een spreekbeurt)
66
- ik kan een presentatie maken via google presentaties
67
- ik kies passende afbeeldingen voor een presentatie/mindmap
68
- ik kan een onderwerp presenteren met google presentaties
69
- ik kan google presentatie gebruiken (foto, tekst en animaties)
70
- ik kan mezelf, iemand anders of een onderwerp voorstellen in een presentatie met beeld en tekst
71
- ik kan geschikte presentatieprogramma’s gebruiken
72
ik hanteer mediamiddelen om content te verwerken
73
- ik kan een schrijfopdracht uitvoeren via google drive
74
oefenen en leren
75
ik gebruik een stappenplan
76
- ik kan een stappenplan gebruiken bij het uitvoeren van een opdracht
77
ik kan digitale bronnen gebruiken om opdrachten op te lossen
78
- ik kan een webpad oplossen
79
ik gebruik een digitaal platform
80
- ik kan individueel of in groep leerstof oefenen via een digitaal platform
81
- ik test mijn parate kennis over het verkeer via een digitaal platform
82
- ik kan Franse woordenschat beluisteren op een onlineplatform en de leerstof inoefenen (bijv. bingel)
83
- ik kan algemeen leerstof inoefenen via een onlineplatform (bijv. www.ict-platform.be)
84
- ik oefen leerinhouden van wiskunde en taal via een onlineplatform
85
- ik oefen een andere taal via een onlineplatform
86
ik kan een digitale mindmap ontwerpen
87
- ik kan een mindmap maken
88
- ik kan zelfstandig een mindmap maken over een gegeven onderwerp
89
- ik kan een schema of web opstellen met een mindmapprogramma (bijv. mindmup)
90
- ik kan zelfstandig een mindmap maken
91
- k kan zelfstandig een mindmap maken over een gegeven onderwerp
92
ik gebruik een spel als strategie, als middel, als ontspanning
93
- ik speel periodiek een digitaal educatief of een denkspel
94
- ik leer oplossingsgericht denken dmv educatieve spelen via digitaal medium
95
- ik oefen op een speelse manier de geziene leerstof een onlineplatform
96
- ik kan denkspelletjes spelen via een onlineplatform (bijv. www.ict-platform.be)
97
- ik leer bij over een onderwerp aan de hand van een educatief spel
98
- ik kan verantwoord omgaan met het internet ik vertel wat ik doe op het net, ik wissel spelen op pc af met andere vormen van spelen
99
- ik speel een rekenspel
100
ik hanteer mediamiddelen om content te verwerken
101
- ik leer via een leerverhaal
102
ik hanteer mediamiddelen om te leren
103
- ik oefen de leerstof in verband met wiskunde, Nederlands en wereldoriëntatie via digitale media
104
- ik oefen online leerstof in
105
- ik oefen en leer via i-borden
106
- ik oefen Franse woordenschat in adhv een website
107
- ik kan Franse teksten beluisteren en oefenen via digitale middelen
108
- ik kan via digitale middelen specifieke spellingsproblemen op mijn niveau inoefenen
109
- ik oefen op een speelse manier de geziene spellingsregels via een programma
110
- ik kan een digitale toets maken
111
- ik leer werkwoorden/persoonsvormen correct schrijven adhv een digitaal medium
112
- ik kan werken met een eenvoudig digitaal rekenblad (gegevens invullen, omzetten naar diagram of grafiek)
113
- ik kan digitaal gegevens verwerken van een leeruitstap, een buitenschoolse activiteit, enz.
114
- ik test mijn parate kennis over verkeer en mobiliteit via het internet
115
- via onlineoefeningen leer ik over de natuur
116
- via onlineoefeningen leer ik over verkeer en mobiliteit
117
- via onlineoefeningen leer ik over de mensen
118
- ik leer via een eduboek
119
- via onlineoefeningen los ik luister-, spreek en schrijfopdrachten op
120
- via onlineoefeningen lees ik om te begrijpen
121
- via onlineoefeningen verdiep ik mij in getallen
122
- via onlineoefeningen lee rik werken met allerhande maten en meeteenheden
123
- via onlineoefeningen verken ik eigenschappen van figuren, bouwsels, plaatsen,...
124
- via onlineoefeningen leer ik probleemoplossend denken
125
- via onlineoefeningen leer ik over de wereld
126
- via onlineoefeningen leer ik over techniek, veiligheid, energie,…
127
- via onlineoefeningen leer ik over vroeger en nu
128
- via onlinemateriaal verrijk ik mezelf over boeiende onderwerpen in onze wereld en kan dit voorstellen aan anderen
129
- via onlineoefeningen leer ik over groeien in verbondenheid en kracht
130
technisch-instrumenteel vaardig en veilig gebruik
131
ik gebruik, ervaar en beleef audio- en videocontent
132
- ik kan zelfstandig een camera, fototoestel hanteren en hierbij rekening houden met lichtinval, geluid
133
ik kan me aanmelden op een digitaal platform
134
- ik kan onder toezicht (met of zonder hulp) in- en uitloggen
135
ik kan digitale bestanden aanmaken
136
- ik kan een werkstuk of spreekbeurt typen met een passende lay-out in google drive
137
- ik kan teksten typen in google documents
138
- ik kan vlot typen via een toetsenbord
139
- ik kan een werkstuk (artikel, spreekbeurt, spelreglement, stelwerkje) typen in google documents
140
ik ontwikkel mijn digitale geletterdheid
141
- ik oefen het typen (klaviervaardigheid) via een (online) programma
142
- ik leer begrijpen hoe mijn mediavaardigheden bijdragen tot zelfredzaamheid
143
- ik kan een bestand uploaden of downloaden naar of van een onlineaccount
144
ik verwerf digitale informatie
145
- ik leer programmeren
146
- ik gebruik een spel als strategie, als middel, als ontspanning
147
- ik kan een digitale mindmap ontwerpen
148
- ik ontwikkel mijn digitale geletterdheid en word een webexpert
149
ik hanteer en bedien een digitaal medium op correcte wijze
150
- ik kan beamer, laptop, boxen zelfstandig aansluiten en gebruiken
151
- ik leer een zoekkaart gebruiken via een website (bijv. om te determineren)
152
- ik kan zelfstandig een dictafoon gebruiken
153
- ik kan een radio zelfstandig gebruiken
154
- ik kan oorspronkelijke materialen (bv een foto) bewerken in functie van mijn doelen en ideeën
155
- ik kan zelfstandig met een fototoestel werken
156
- ik ga zorgzaam om met ict-materiaal
157
- ik kan zelfstandig de beamer aan- en uitleggen
158
- ik kan zelfstandig de webcam van een computer activeren
159
- ik kan een koptelefoon aansluiten op een computer
160
- ik reflecteer op de meerwaarde van het gebruik van ict bij het creatief vormgeven van mijn ideeën
161
- ik leer (metend en cijferend) rekenen met digitale middelen
162
- ik verken mijn omgeving via online (lucht)foto’s
163
ik begeef me veilig op weg in de digitale wereld
164
- ik kan me correct aanmelden met mijn eigen google account en besef de veiligheid van het afmelden
165
- ik kan verantwoord omgaan met wachtwoorden ik kies een veilig wachtwoord en hou het voor mezelf
166
- ik kan veilig omgaan met het internet als ik iets zie dat me bang maakt, licht ik mijn ouders in, ik geef mijn persoonlijke gegevens niet door aan iemand die ik niet ken, ik open geen berichten van onbekenden
167
ik beoordeel mediaboodschappen en mediums kritisch naar vorm, inhoud en gebruik
168
- ik kan kritisch omgaan met het internet ik weet dat niet alles wat ik lees op internet waar is, dat informatie bedoeld voor kinderen toch te moeilijk kan zijn
169
- ik wil in functie van de gegeven opdracht en de doelgroep mijn opdracht controleren en indien nodig bijsturen
170
ik kan digitale documenten aanmaken, bewerken, wijzigen, delen, bewaren
171
- ik kan een map in google drive delen met de leerkracht
172
- ik bewaar een document met de juiste naam in een map op de harde schijf
173
- ik deel een google document uit mijn mapje met de leerkracht en/of een klasgenoot
174
- ik werk samen met een klasgenoot aan een gedeeld google document
175
- ik kan een werkstuk in google documents vormgeven
176
- ik kan een document delen met iemand
177
- ik kan de naam van een document wijzigen
178
- ik kan mijn document(en) een naam geven
179
- ik kan een kopie nemen van een document, foto, map of bestand en deze in mijn eigen mapje zetten
180
- ik kan een foto/document delen met iemand
181
zoeken, verwerken en bewaren
182
ik gebruik, ervaar en beleef audio- en videocontent
183
- ik zoek heel gericht (woorden, synoniemen, video, geluid, spreekbeurtmateriaal,...)
184
ik kan digitale bronnen gebruiken om opdrachten op te lossen
185
- ik voer een opdracht uit via een webpad
186
- ik kan via een webpad gerichte inhoudsvragen over een thema oplossen
187
- ik verzamel via diverse bronnen informatie over een land
188
- ik los zelfstandig of samen met iemand een webkwestie op
189
- ik kan m.b.v. digitale bronnen en met een partner een webpad oplossen
190
ik verwerf digitale informatie
191
- ik zoek afbeeldingen via een zoekmachine
192
- ik kan zelfstandig opzoeken via een zoekmachine
193
- ik kan gericht filmpjes zoeken en bekijken
194
- ik kan online informatie opzoeken via een zoekmachine
195
- ik maak gebruik van verschillende zoekmachines
196
- ik zoek informatie via een zoekmachine ik gebruik de juiste zoektermen en weet daarna de juiste website te openen
197
- ik kan geschikte afbeeldingen zoeken met een zoekmachine
198
- ik kan de betekenis van woorden, uitdrukkingen, spreekwoorden en zegswijzen opzoeken met een zoekmachine
199
- ik zoek informatie zoeken via een zoekmachine ik gebruik de juiste zoektermen en weet daarna de juiste website te openen
200
- ik kan verschillende zoekmachines gebruiken
201
- ik zoek bij mijn spreekbeurt een passend filmpje
202
- ik zoek antwoorden op vragen aan de hand van een opgegeven website
203
- ik zoek woorden die ik niet begrijp op in een onlinewoordenboek
204
- ik kan de schrijfwijze van woorden opzoeken
205
- ik kan een digitaal filmfragment zoeken op internet
206
- ik kan informatie opzoeken via internet
207
- ik gebruik een zoekmachine
208
- ik zoek in thematische websites, ateliers, lesideeën,...
209
ik beoordeel mediaboodschappen en mediums kritisch naar vorm, inhoud en gebruik
210
- ik leer goede zoekresultaten bewaren en verder verwerken, maar ook zelf kritische vragen te stellen