A
1
ALLE COMPETENTIEGROEPEN L2
2
(rood = competentiegroep, oranje = hoofdcompetentie, wit = competentie(doel))
3
communiceren
4
ik begrijp en ervaar een communicatieproces
5
- ik gebruik een digitale toepassing om te communiceren
6
- ik ervaar skypen als een doelmatige manier van communiceren via het internet
7
- ik schrijf een kattebelletje, stuur een berichtje, lees een briefje,...
8
- ik ontcijfer een boodschap
9
ik gebruik, ervaar en beleef audio- en videocontent
10
- ik bekijk foto’s via de schoolwebsite en vertel hierbij
11
- ik vertel bij foto’s
12
- ik luister naar een digitaal verhaal
13
- ik vertel bij beelden
14
ik hanteer en bedien een digitaal medium op correcte wijze
15
- ik gebruik een microfoon, ik spreek via skype,...
16
ik hanteer mediamiddelen om content te verwerken
17
- ik kan een digitaal filmpje/digitaal verhaal bedienen en bekijken
18
creatief vormgeven en presenteren
19
ik gebruik, ervaar en beleef audio- en videocontent
20
- ik ga in gesprek met anderen en geef mijn mening over een filmpje, foto, boek of muziekstuk
21
- ik kan passende muziek kiezen bij een stomme film
22
- ik beluister (Franse) liedjes en verhaaltjes
23
- ik beluister liedjes en bekijk clips
24
- ik kan zelf een liedje opzoeken en beluisteren
25
- ik kan muziek afspelen en beluisteren
26
- ik bekijk filmpjes, foto’s bij een thema en vertel erbij
27
- ik bekijk filmpjes bij een thema en geef er mijn mening over
28
- ik bekijk beelden en informatie over een onderwerp
29
ik kan mediacontent ontwerpen en (creatief) verzorgen
30
- ik maak een plattegrond van de klas
31
- ik maak opdrachten bij een (verkeers)thema
32
- ik crëeer via digitale media
33
- ik kan een foto nemen of filmpje maken van een gebeurtenis in de klas
34
- ik werk met een onlineplannetje
35
- ik werk als een kunstenaar
36
- ik bedien een medium, ik lees een gedicht, ik beluister een verhaal, ik zing een melodie, ik maak een rap,...
37
ik hanteer en bedien een digitaal medium op correcte wijze
38
- ik creëer via digitale middelen
39
- ik experimenteer met soorten mediamiddelen
40
- ik kan een foto bewerken
41
ik hanteer mediamiddelen om content te verwerken
42
- ik schrijf een eenvoudig verhaal met een tekstverwerker
43
- ik bekijk online een tekening, een schilderij, een foto, een filmpje, een stripverhaal,...
44
oefenen en leren
45
ik gebruik een stappenplan
46
- ik kan een stappenplan (met symbolen en pictogrammen) gebruiken bij het uitvoeren van een opdracht
47
- ik leer een stappenplan gebruiken bij het uitvoeren van een opdracht
48
ik kan digitale bronnen gebruiken om opdrachten op te lossen
49
- ik kan een minipad oplossen
50
ik ontwikkel mijn digitale geletterdheid
51
- ik bespreek de evolutie in media
52
ik hanteer en bedien een digitaal medium op correcte wijze
53
- ik leer rekenen met digitale middelen
54
- ik leer woorden correct schrijven met behulp van digitale middelen
55
- ik leer zinnen correct bouwen met behulp van digitale middelen
56
ik gebruik een digitaal medium als ondersteuning bij mijn leren
57
ik gebruik een digitaal platform
58
- ik oefen leerstof via een onlineplatform
59
ik gebruik een spel als strategie, als middel, als ontspanning
60
- ik speel periodiek een digitaal educatief of een denkspel
61
- ik oefen gekende leerstof door middel van educatieve spelletjes
62
ik hanteer mediamiddelen om content te verwerken
63
- ik leer via een leerverhaal
64
ik hanteer mediamiddelen om te leren
65
- ik oefen rekenen via digitale middelen
66
- ik oefen ‘lezen’ via digitale middelen
67
- ik oefen spelling via digitale middelen
68
- ik leer en ontdek via een educatieve website
69
- ik oefen aangeboden woordpakketten
70
- ik oefen maal- en deeltafels
71
- ik oefen bewerkingen tot 100
72
- ik leer via digitale oefeningen over de klok, tijdstip en tijdsduur
73
- ik maak oefeningen op het honderdveld
74
- ik oefen rekenen, taal en Frans via digitale middelen
75
- ik maak rekenoefeningen via digitale media
76
- ik maak online wiskundeoefeningen (honderdveld, klokkijken, kloklezen,)
77
- ik oefen woordpakketten via digitale media
78
- ik oefen voor rekenen via digitale media
79
- ik oefen de leerstof in verband met wiskunde, Nederlands en wereldoriëntatie via digitale media
80
- ik oefen kloklezen met digitale middelen
81
- ik leer en oefen tafels met digitale middelen
82
- ik oefen geldwaarden met digitale middelen
83
- ik oefen spellingsmoeilijkheden via een digitale toepassing
84
- ik maak online oefeningen die me helpen bij het verwerven van spellingsmoeilijkheden
85
- ik ontdek en tel via blokkenbouwsels het aantal blokken
86
- ik oefen de tafels m.b.v. digitale middelen
87
- ik oefen zelfstandig de maal- en deeltafels via een onlinetoepassing
88
- ik maak zelfstandig de oefeningen op het honderdveld
89
- ik oefen kloklezen met behulp van digitale middelen
90
- ik kan online oefeningen maken op spellingsmoeilijkheden
91
- ik kan een 100-veld in google spreadsheet invullen
92
- ik leer (vlot) lezen en schrijven
93
- ik luister of lees om te begrijpen en ik leer duidelijk spreken en mij verstaanbaar te maken
94
- via onlineoefeningen leer ik tellen en rekenen tot 10, tot 20, tot 100
95
- via onlineoefeningen oefen ik de maal- en de deeltafels
96
- via onlineoefeningen leer ik dingen meten
97
- via onlineoefeningen leer ik over eigenschappen van figuren, plaatsen, richting, ...
98
- via onlineoefeningen los ik rekenproblemen op
99
- via onlineoefeningen leer ik over de natuur
100
- via onlineoefeningen leer ik over mijn omgeving
101
- via onlineoefeningen leer ik over verkeer en mobiliteit
102
- via onlineoefeningen leer ik over de mensen
103
- via onlineoefeningen leer ik over techniek
104
- via onlineoefeningen leer ik over vroeger
105
- via onlineoefeningen leer ik over groeien in geborgenheid
106
- ik leer via een eduboek
107
technisch-instrumenteel vaardig en veilig gebruik
108
ik kan me aanmelden op een digitaal platform
109
- ik kan me inloggen
110
ik kan digitale bestanden aanmaken
111
- ik kan een tekst typen in een tekstprogramma
112
- ik kan correct een tekst zonder hoofdletters overtypen
113
ik ontwikkel mijn digitale geletterdheid
114
- ik kan vlot handelen met de muis (klikken, dubbelklikken, slepen, scrollen)
115
- ik kan een computer op een correcte manier aan- en uitzetten
116
- ik kan geduldig wachten tot een programma of toepassing gestart of uitgevoerd is
117
- ik kan de linkermuistoets gebruiken
118
- ik verbeter mijn klaviervaardigheid
119
- ik kan zelf een tekstje schrijven met behulp van een computerprogramma
120
- ik kan een thema openen via een website
121
- ik kan vlot handelen met de muis (klikken, dubbelklikken, slepen en scrollen)
122
ik verwerf digitale informatie
123
- ik word via een spel handiger met de muis en het toetsenbord of een touchscreen
124
- ik navigeer doorheen een website
125
- ik speel een spel als ontspanning of om te leren
126
ik hanteer en bedien een digitaal medium op correcte wijze
127
- ik kan een programma juist afsluiten
128
- ik kan een beeldprogramma gebruiken
129
- ik kan een instructiefilmpje met uitleg van een techniek gebruiken en volgen
130
- ik kan een fototoestel zelfstandig gebruiken
131
- ik kan de letter-, pijlltjes-, cijfer-, spatie-, back-, entertoets(en) juist gebruiken
132
- ik verken en gebruik een tekenprogramma
133
- ik kan zorgzaam omgaan met mediamiddelen
134
- ik kan programma’s openen en afsluiten
135
- ik kan de computer starten en afsluiten
136
- ik kan filmpjes starten en afsluiten
137
- ik kan een tekstverwerkend programma correct openen, gebruiken en afsluiten
138
- ik gebruik geschikte tekenprogramma’s
139
- ik gebruik een fototoestel
140
- ik gebruik een fototoestel bij het voorstellen (bijv.: mezelf als kindje van de week)
141
- ik gebruik beeld- en tekstprogramma’s
142
- ik wil mediamiddelen gebruiken om iets te leren
143
- ik ga zorgzaam om met ict-materiaal
144
- ik kan een snelkoppeling of document openen van op het bureaublad
145
- ik kan voor mijn doel een passende app kiezen
146
- ik start en sluit een computer op een correcte manier
147
- ik kan de computer op de juiste manier opstarten en afsluiten
148
ik gebruik een spel als strategie, als middel, als ontspanning
149
- ik speel een spelletje via digitale middelen
150
ik kan digitale documenten aanmaken, bewerken, wijzigen, delen, bewaren
151
- ik sla documenten uit een tekstverwerkend programma in de juiste map op
152
- ik sla een bestand op
153
zoeken, verwerken en bewaren
154
ik gebruik, ervaar en beleef audio- en videocontent
155
- ik zoek gericht een filmpje, een geluid, een prent,...
156
ik kan digitale bronnen gebruiken om opdrachten op te lossen
157
- ik verzamel online informatie over verschillende thema’s
158
- ik kan een kies- of miniwebpad volgen
159
- ik voer een opdracht uit via een webpad
160
- ik leer zelfstandig via een doepad
161
- ik verzamel online informatie uit verschillende thema’s
162
ik verwerf digitale informatie
163
- ik kan navigeren en zoeken binnen een toepassing via knoppen, pictogrammen en symbolen
164
- ik zoek afbeeldingen via een zoekmachine
165
- ik zoek afbeeldingen op het internet
166
- ik bezoek zelfstandig de schoolwebsite
167
- ik kan afbeeldingen opzoeken via internet
168
- ik zoek gevraagde informatie op
169
- ik gebruik een zoekmachine
170
- ik ontdek ideeën bij een thema
171
ik hanteer en bedien een digitaal medium op correcte wijze
172
- ik gebruik een werkboekje