A
1
COMPETENTIEGROEP COMMUNICEREN ALLE GROEPEN
2
(rood = competentiegroep, oranje = hoofdcompetentie, wit = competentie(doel))
3
communiceren
4
ik begrijp en ervaar een communicatieproces
5
K2
6
- ik doe ervaringen op met skype
7
K3
8
- ik communiceer met mijn vriendjes over een computerprogramma
9
- ik kan skypen met andere klassen
10
L2
11
- ik gebruik een digitale toepassing om te communiceren
12
- ik ervaar skypen als een doelmatige manier van communiceren via het internet
13
L3
14
- ik begrijp dat ik ook bij het online communiceren passend taalgebruik hanteer
15
L4
16
- ik kan via een blog communiceren in één richting
17
- ik vul een klasblog aan
18
- ik kwets niemand via digitale communicatie
19
L5
20
- ik kan beleefd en respectvol communiceren op het internet
21
- ik leer dialogeren in de eigen en een vreemde taal via digitaal ‘telefoneren’ en chatten
22
L6
23
- ik kan beleefd en respectvol communiceren op het internet
24
- ik communiceer met anderen via de computer
25
- ik kwets niemand via digitale communicatie
26
- ik kan skypen
27
K
28
- ik spreek met mijn mondje
29
- ik luister met mijn oortjes
30
- ik zie met mijn oogjes
31
- ik klap, ik wuif, ik spring, ik dans, ik beweeg, ik zing,...
32
OB
33
- ik schrijf een kattebelletje, stuur een berichtje, lees een briefje,...
34
- ik ontcijfer een boodschap
35
BB
36
- ik communiceer correct en beleefd in een tekst, per mail, op een forum,...
37
- wij leren online samenwerken en delen
38
- ik hanteer mediamiddelen om over een onderwerp te communiceren
39
ik gebruik, ervaar en beleef audio- en videocontent
40
K1
41
- ik kan vertellen bij wat ik op de computer te zien krijg
42
- ik kan vertellen bij (digitale) foto’s
43
- ik herken vriendjes van de klas en activiteiten en vertel daarbij
44
- ik vertel bij (digitale) foto’s
45
- ik herken bij foto’s van activiteiten de vriendjes in de klas en eventueel vertellen we daarbij
46
- ik kijk naar een diavoorstelling van onze uitstappen en kan hier over vertellen
47
- ik luister naar verhalen en kan hierover verstaanbaar vertellen
48
- ik vertel bij digitale foto’s
49
- ik kan kijken en luisteren naar een verhaal op de computer (digitaal prentenboek, fundels, …)
50
- ik kan prenten/foto’s benoemen (aangepast aan thema)
51
- ik kan een verhaal op PC volgen (fundels)
52
- ik herken mezelf en anderen op de schoolwebsite
53
- ik kan benoemen wat ik zie
54
K2
55
- ik vertel bij (digitale) foto’s
56
- ik herken bij foto’s van activiteiten de vriendjes in de klas en eventueel vertellen we daarbij
57
- ik vertel bij digitale foto’s
58
- ik vertel bij digitale foto’s op de computer
59
- ik kijk naar foto’s en ander beeldmateriaal en vertel er iets bij
60
- ik kan vertellen bij digitale prenten
61
- ik vertel bij een online filmpje
62
- ik herken de foto’s op de blog van een vriendje uit de klas die in het buitenland woont en ik vertel er bij
63
- ik neem zelf foto’s en kan er daarna over vertellen
64
- ik kijk en luister naar digitale verhalen
65
- ik herken mezelf en anderen op de schoolwebsite
66
- ik kies (uit een reeks van) digitale verhalen/ boeken
67
- ik luister naar het verhaal van een prentenboek en ik kan daarbij de opdrachten juist uitvoeren (fundels)
68
- ik kan een verhaal volgen door te klikken op een symbool
69
K3
70
- ik kan vertellen bij digitale prenten
71
- ik kan luisteren naar een digitaal verhaal
72
- ik luister naar digitale verhalen (fundels) via de computer
73
- ik kies zelf een digitaal verhaal uit een reeks (bijv. Fundels)
74
L1
75
- ik vertel bij foto’s en filmpjes
76
- ik luister naar digitale verhalen
77
- ik kijk en luister naar een digitaal verhaal
78
L2
79
- ik bekijk foto’s via de schoolwebsite en vertel hierbij
80
- ik vertel bij foto’s
81
- ik luister naar een digitaal verhaal
82
L3
83
- ik surf naar een fotogalerij op de schoolwebsite, bekijk en becommentarieer de foto’s
84
L4
85
- ik durf aan anderen te vertellen wat ik niet leuk vind
86
OB
87
- ik vertel bij beelden
88
ik kan mailen
89
L3
90
- ik kan een mail openen, lezen en beantwoorden
91
- ik kan een bericht opstellen, verzenden of ontvangen op de pc
92
L4
93
- ik kan een mail openen, lezen en beantwoorden
94
- ik kan een mail versturen naar iemand van school
95
- ik kan een e-mail met een bijlage verzenden en e-mails bekijken en beantwoorden
96
- ik kan een mail versturen, openen, lezen, beantwoorden, doorsturen
97
- ik kan een mail versturen naar iemand van onze school
98
L5
99
- ik kan een mail (met bijlage) maken en versturen
100
- ik kan een mail openen, een mail opstellen en versturen, eventueel met een bijlage
101
- ik kan een mail versturen naar de leerkracht
102
- ik kan een mail opstellen en versturen aan een persoon of een groep
103
- ik kan een bijlage koppelen aan een mail en/of een ontvangen bijlage raadplegen
104
- ik kan een mail versturen naar iemand van een andere school
105
- ik kan naar instanties mailen bv de gemeente
106
- ik kan een mail opstellen en versturen aan één persoon of aan een groep
107
- ik weet hoe en waarom ik een mail in cc of bcc verstuur
108
- ik kan een mail opstellen en versturen
109
- ik ken het verschil tussen cc en bcc
110
L6
111
- ik kan een mail openen, lezen en beantwoorden
112
- ik kan een mail (met bijlage) maken en versturen
113
- ik kan een mail openen, een mail opstellen en versturen, eventueel met een bijlage
114
- ik kan een bijlage koppelen aan een mail en/of een ontvangen bijlage raadplegen
115
- ik kan een mail ( met bijlage) maken en versturen
116
- ik deel mijn mapje met een nieuw e-mailadres zodat ik mijn portfolio na de lagere school kan behouden
117
ik hanteer en bedien een digitaal medium op correcte wijze
118
L1
119
- ik breng een mondelinge boodschap begrijpelijk over m b v een microfoon
120
OB
121
- ik gebruik een microfoon, ik spreek via skype,...
122
ik zet een presentatie in als bron, middel of doel
123
L5
124
- ik stel mezelf voor via een digitaal ‘profiel’
125
ik hanteer mediamiddelen om content te verwerken
126
K1
127
- ik kan zelf klikken om naar het vervolg van het verhaal te luisteren
128
- ik bekijk afbeeldingen bij verhaalelementen die ik niet ken
129
K2
130
- ik bekijk afbeeldingen bij verhaalelementen die ik niet ken
131
- ik kan een digitaal verhaal openen, bekijken en er naar luisteren via de computer (fundels)
132
L1
133
- ik kan een digitaal filmpje/digitaal verhaal bedienen en bekijken
134
L2
135
- ik kan een digitaal filmpje/digitaal verhaal bedienen en bekijken
136
ik begeef me veilig op weg in de digitale wereld
137
L3
138
- ik weet dat ik niet mag reageren op berichten van vreemden of berichten met een bedenkelijke inhoud
139
L5
140
- ik controleer een digitaal bericht voor ik het verzend
141
L6
142
- ik weet dat je op het internet mensen kan ontmoeten die het niet altijd goed met je voor hebben
143
- ik weet dat ik niet mag reageren op berichten van vreemden of berichten met een bedenkelijke inhoud
144
BB
145
- ik begeef me veilig op weg in de digitale wereld
146
ik kan bestanden en mediacontent correct en verantwoord gebruiken
147
L5
148
- ik kan online een enquête invullen
149
L6
150
- ik kan een vragenlijst invullen
151
- ik kan online een enquête invullen